VRIJDAG 16 OKTOBER 2026 - HARLINGER COURANT - TEKST JEROEN PIETERSMA / FOTO'S JOACHIM DE RUIJTER
"Tijdcapsule ’t Gouden Stoepke wordt miniatuurmuseum. Als alles volgens plan verloopt, is Harlingen in de lente van volgend jaar een museum rijker. ’t Gouden Stoepke is aangekocht door zes leden van kunstsociëteit Zilt, die een stichting hebben opgericht om het monumentale pand in de Jan Ruurdstraat te behouden als tijdcapsule annex museum. Hoewel e gevel slechts 2,65 meter breed is - en er vanuit veiligheidsoverwegingen maximaal tien bezoekers tegelijk in het museum mogen verblijven - heeft het bijzondere pand veel potentie. Je kunt je er alleen al vergapen aan waterputten, oude achtergebleven gebruiksvoorwerpen en een handschrift uit 1650 dat van onder oud behang naar boven kwam. En dan komen er nog allerlei activiteiten en exposities bij.
Vlnr in ’t Gouden Stoepke: Eric Braspenning, Evelyne Overtoom, Stef van Dijk, Peter Oosterhout, Isabel van der
Werf-van Ham en Catharina Drost. (Foto: HC - Joachim de Ruijter)
’t Gouden Stoepke, tussen Zuiderhaven en de Schritsen, is een klein pand met een groot verhaal. Het eerste (voorste) deel is gebouwd tussen 1597 en 1610. Sinds eind negentiende eeuw hebben de families De Vries en Wiersma in het pand gewoond. De tijd heeft er daarna lange tijd stilgestaan. Het pand was tot enkele jaren geleden nog steeds te bewonderen in de staat zoals het werd achtergelaten door de laatste bewoonster, Grietje Wiersma-de Vries. Zij schrobde dagelijks het stoepje voor het huis, alsof het van goud was, en zo kreeg het pand de bijnaam ’t Gouden Stoepke.
Op een website van de familie, met “kleine, grote, leuke, trieste en soms heroïsche verhalen”
(www.eenkleinefamiliehistorie.nl) staan veel historische foto’s die in en rond het pandje op Jan Ruudstraat 3 zijn gemaakt. Ook bijvoorbeeld een krantenknipsel over een “Publieke verkooping”. Het “uitmuntend onderhouden” pand met “Plaats, Put en Regenwatersbak” werd in 1878 verkocht; er was 2302 gulden geboden. Na een val uit haar bedstee, waarbij ze haar heup brak, moest Grietje Wiersma-de Vries in 1986 noodgedwongen het huis verkopen, maar alles moest blijven zoals het was. Haar wens ging in vervulling en volgens de Leeuwarder Courant, die er ruim vier jaar geleden een artikel over schreef, deed het pand vooral dienst als opslaghok. De LC was toen op bezoek bij de toenmalige eigenaar, Kathleen Beekman, die het pand om de hoek had gekocht en ’t Gouden Stoepke was bij de koop inbegrepen. Beekman maakte er een onofficieel museum van, dat op afspraak de deuren opende.
Toen Beekman terug naar het zuiden verhuisde, heeft ze de panden afzonderlijk verkocht.
Peter Oosterhout en Eric Braspenning kochten Jan Ruurdstraat 1/Schritsen 4, de twee panden om de hoek van ’t Gouden Stoepke, aan de overkant van een binnenplaats. Ze wonen hier nu naast hun Galerie Artlingen. ’t Gouden Stoepke ging naar een andere koper, die er een bed & breakfast in wilde vestigen. Maar toen hij daar geen toestemming voor kreeg van de gemeente, kwam het huisje weer op de markt. “Toen roken we onze kans”, zegt Catharina Drost.
Zes kunstenaars - allemaal lid van Harlinger kunstenaarsvereniging Zilt - staken de koppen bij elkaar, richtten een stichting op en kochten ’t Gouden Stoepke, met het doel er een museum van te maken. De zes zijn: Catharina Drost, Eric Braspenning, Evelyne Overtoom, Isabel van der Werf-van Ham, Peter Oosterhout en Stef van Dijk. Ze zijn druk met een opknapbeurt van ’t Gouden Stoepke. “Schilderen en veel schuren”, zegt Peter Oosterhout. Ze willen het monumentale pand zoveel mogelijk in originele staat houden, als een tijdcapsule.
Veel van de inventaris, waaronder meubels en allerlei gebruiksvoorwerpen, is weg. Toch is er nog van alles achtergebleven, zoals oude petroleum-stelletjes en er is een kast vol oud gereedschap en veel blikken waar ooit levensmiddelen in zaten, zoals aardappelsago uit Groningen en appelstroop van de firma R. Nagelschmidt, maar ook bijvoorbeeld een tube Zebraline kachelpasta.
Over kasten gesproken: het kleine huisje zit vol met kasten en bergplekjes - de ruimte is optimaal benut. Een deel van het huisje is eerder al opgeknapt, zoals de vloer in de keuken, vertelt Peter. “Ik heb foto’s gezien van de keuken toen het nog een soort modderpoel was.” Het huisje heeft nog altijd geen waterleiding, geen riolering, geen toilet. “Het is heel oorspronkelijk, zoals ze vroeger leefden”, zegt Catharina.
Via een verlengsnoer uit de woning van Peter en Eric krijgt een lamp op de tafel in de woonkamer nu elektriciteit. Het oude pandje is verwonderlijk droog, waarschijnlijk door de vele ventilatieroosters. Ook andere details maken indruk, zoals een ruitvormig gat tussen twee traptreden, zodat er licht valt op de kleine bergruimte achter de trap. In de keuken (uiteraard met Harlinger aardewerk) zit een oude waterput, waar ze vroeger een zeelt in hielden, vertelt Peter: een vis die vuil en algen eet, dus zeg maar een biologische manier om het water schoon te houden.
Boven een kolenkachel hangt een oud schilderij - mogelijk van de Harlinger kunstschilder Nicolaas Baur (1767-1820), maar volgens een kunstkenner zou het ook nóg ouder kunnen zijn. Het schilderij is aangetast door de tand des tijds en hoge temperaturen. Met behulp van AI heeft Peter het laten reconstrueren, en ‘oud en nieuw’ worden onderdeel van het museum.
Het pand heeft drie bedsteden, waarvan één op de bovenverdieping, en daar springt ouderwets behang in het oog. In de voorste kamer op de eerste verdieping kwam van achter het behang papier met kanselarij-schrift tevoorschijn, uit een register.
Volgens Stefan Elsinga, beheerder van de historische website KleineKerkstraat.nl, die het handschrift kan lezen en duiden, komt het uit de periode rond 1650. Waarom het op de muur zit in ’t Gouden Stoepke, is onduidelijk. “Het enige dat ik kan bedenken,” zegt Peter, “is dat er gewoon van alles werd gebruikt om maar een soort onderlaag te creëren.” Het geschrift wordt geconserveerd en blijft onderdeel van de tijdcapsule.
Naast een tijdcapsule, met bijvoorbeeld een kamer uit de jaren 50 van de vorige eeuw, wordt ’t Gouden Stoepke een plek om heel diverse exposities te laten zien. En een plek om verhalen te vertellen, er komt een leestafel, een koffiehoekje, een museumwinkeltje en er wordt over gedacht om het kleinschalig te verhuren. Want het museum heeft natuurlijk wel inkomsten nodig.
Er zijn plannen en ideeën genoeg voor exposities en activiteiten, van een cursus Harlingers en jaren 30 timmerwerkplaats, tot posters maken en een educatief programma. Op het raam naast de voordeur wordt de opening aangekondigd in voorjaar 2027. “Dat geeft ons de ruimte tot 21 juni”, zegt Peter. Want er is werk aan de winkel. Veel schuur- en schilderwerk, elektriciteit aanleggen, de vergunningaanvraag is ingediend bij de gemeente. De website (www.goudenstoepke.nl) staat in de steigers, er zijn contacten gelegd met onder andere Oud Harlingen, ’t Gouden Stoepke gaat op zoek naar subsidies en donaties en de ANBI-status is toegekend.
ANBI is kort voor ‘algemeen nut beogende instelling’; een status voor vrijstelling van belasting, toegekend door de Belastingdienst aan bijvoorbeeld stichtingen die zich (bijna) volledig inzetten voor het algemeen belang. Vrijwilligers die willen helpen, ook in de toekomst bij het draaiend houden van het museum, kunnen mailen naar goudenstoepke@gmail.com.